Danser - half-solist

Afkomstig uit Canada

© Filip Van Roe

Alexander Burton is geboren in Vancouver (Canada) en genoot zijn professionele opleiding aan Arts Umbrella. Eens afgestudeerd mocht hij zich bij het Ballet British Columbia vervoegen als stagiaire onder leiding van Emily Molnar en nam tijdens deze tijd deel aan de Banff Professional Dance Program waar hij in producties van George Balanchine en Jiří Kylián danste. Het jaar daarop werd hij aangenomen als lid van het Ballet British Columbia, waar hij doorheen vier seizoenen in producties mee danste van onder andere William Forsythe, Johan Inger, Crystal Pite en Jacopo Godani. In 2014 sloot Alexander zich aan bij Wen Wei Dance, waar hij het stuk 7th Sense danste, en in de lente van dat jaar verscheen hij als gastdanser bij het Ballet Kelowna. Hij heeft ook zelf een stuk gecreëerd voor de dansers van het Ballet British Columbia.
 Alexander vervoegde Ballet Vlaanderen in 2015 en werd vanaf het seizoen ‘16-’17 gepromoveerd tot half-solist. In het vaktijdschrift Dance Europe (oktober 2017) werd hij genomineerd in de categorie Outstanding Perfomance of a Male Dancer voor zijn prestaties in Pond Way en Café Müller: "His Cunningham hops were truly exciting and buoyant, and the emotion in the Bausch heartfelt."

Repertoire

  • Café Müller (Pina Bausch)
  • Requiem (Sidi Larbi Cherkaoui)*
  • Secus (Ohad Naharin)
  • Kaash (Akram Khan)
  • Spartacus (Joeri Grigorovitsj)
  • De Notenkraker (Demis Volpi): Grandfather*
  • Approximate Sonata (William Forsythe)
  • Pond Way (Merce Cunningham)
  • Exhibition (Sidi Larbi Cherkaoui): Mirror man*
  • Ma Mère l’Oye (Jeroen Verbruggen): King*
  • Boléro (Maurice Béjart)
  • Faun (Sidi Larbi Cherkaoui)
  • Fall (Sidi Larbi Cherkaoui)

* gecreëerde rol

Pers

“The gorgeous opening pas de deux between Alexander Burton and Nancy Osbaldeston set the tone; tender, passionate, even sexual at times, Burton and Osbaldeston expressed the love between the royal couple with intelligence, subtlety and total conviction.” (Gerard Davis over Ma Mère l’Oye)