Greta Goiris studeerde kostuumontwerp aan de Koninklijke Academie van Schone Kunsten in Antwerpen en scenografie aan het Institute del Teatre in Barcelona. Ze ontwierp haar eerste kostuums voor Jaques Delcuvellerie in Brussel en Avignon voor de voorstellingen La Grande Imprecation Devant Les Murs De La Ville (T. Dorst ), La Mère (B. Brecht), Andromaque (Racine) and Rwanda-1994. Sinds 2001 werkt ze samen met Johan Simons aan verschillende producties waaronder de Leenane Trilogy (M.Mc Donagh) for ZT Hollandia; Sentimenti, Das Leben ein Traum (Calderon), Vergessene Strasse (Louis-Paul Boon) voor de de Ruhrtriennale; Die Perser (Aischylos) voor de Münchner Kammerspiele en Die Neger (Jean Genet) voor de Wiener Festwochen (2014). Ze ontwierp ook de kostuums voor volgende opera’s: Fidelio (Beethoven) voor de Opéra national de Paris (2008), Herzog Blaubarts Burg (Béla Bartók) voor de Salzburger Festspiele (2008) en recent Alceste (Gluck) voor de Ruhrtriennale. Greta Goiris ontwierp de kostuums voor Josse De Pauw voor De Gehangenen, Huis, De helden (LOD) en Escorial (Transparant). Greta Goiris werkte ook samen met  Pierre Audi, Ivo Van Hove, Karin Beyer en Peter Verhelst. Die Zauberflöte (De Munt, 2005) was de start van een lange samenwerking met William Kentridge. In juli 2016 ontwierp ze ook de kostuums voor Sidi Larbi Cherkaoui’s Les Indes Galantes in de Bayerische Staatsoper München.