Marius Petipa (1818 - 1910), Frans balletdanser en choreograaf, is zowat de vader van het klassieke repertoire zoals we dat nu kennen, en zijn omvangrijke erfenis wordt wereldwijd levend gehouden. Ook vandaag nog inspireert hij vele makers. 

Leuk om weten: Marius kwam uit een gezin waar ook vader, moeder en broer een carrière hadden in de theater en balletwereld. De jonge Marius reisde heel Europa door, met zijn ouders, daar hun beroep hen van stad naar stad en van land naar land bracht. Toen Marius zes jaar oud was, leefden zijn ouders in Brussel. Zijn vader was er balletmeester en hoofddanser in de Koninklijke Muntschouwburg. Later zou Jean Petipa een van de medeoprichters worden van het Conservatorium voor dans in Brussel. Marius volgde zijn opleiding in het College van Brussel, terzelfder tijd volgde hij aan het Brussels Conservatorium muziek en leerde er viool spelen. Echter door de Belgische Revolutie in 1830 kwam vader Jean Petipa zonder werk te zitten, waardoor de familie voor enkele jaren in armoede leefde. In 1934 verhuisden ze terug naar Frankrijk waar Marius Petipa zijn balletcarrière echt van wal stak.

Petipa wordt vandaag niet zozeer als danser dan wel als choreograaf erkend. Sommige van zijn balletten worden nog vrij trouw aan het origineel gebracht, denk maar aan: De Farao's Dochter (1862), Don Quichot (1869), La Bayadère (de Tempeldanseres) (1877), Doornroosje (de Schone Slaapster) (1890), De Notenkraker (choreografie door Lev Ivanov, met instructie en toestemming van Petipa in 1892), Harlequinade (1900). Petipa blies ook nieuw leven in werken van andere choreografen, waarbij vele van zijn herzieningen uiteindelijk de definitieve versies werden, zoals Le Corsaire (1856, 1863, 1868, 1885 en 1899), Giselle (1850 door Jules Perrot; 1894 versie-Petipa), La Esmeralda (1866, 1872, 1886 en 1898) en Zwanenmeer (met Lev Ivanov in 1895). Stuk voor stuk gelden deze grote romantische balletten als mijlpalen in de balletgeschiedenis.