De Bulgaarse bas Milcho Borovinov was lid van het ensemble van jonge zangers aan de Vlaamse Opera. Hij genoot zijn zangopleiding in zijn geboortestad Sofia en aan het Institut für Musiktheater aan de Universiteit van Graz. In 2004 debuteerde hij als Sarastro/Die Zauberflöte in de Staatsopera van Stara Zagora (Bulgarije). Gastoptredens brachten hem tot dusver naar Graz, Mainz, Fulda en Remscheid. Op het repertoire van de Bulgaarse bas staan rollen als Bartolo en Antonio/Le Nozze di Figaro, Leporello en Commendatore/Don Giovanni, Basilio/Il Barbiere di Siviglia, Sparafucile/Rigoletto, Angelotti/Tosca, Zuniga/Carmen en Gremin/Jevgeni Onegin. Aan de Vlaamse Opera zong hij tijdens het seizoen 2008-2009 Orlik/Mazeppa en Abimélech/Samson et Dalila. Tijdens het seizoen 2009-2010 zingt hij Handwerksbursch 1 in Alban Bergs Wozzeck, Bonzo in Giacomo Puccini's Madama Butterfly, Doctor/Inquisitor3/Judge/Stanislaus in Leonard Bernsteins Candide, Député flamand in Giuseppe Verdi's Don Carlos, zowel de rol van Prins Gremin als Zaretsky in Jevgeni Onegin en Hobson in Benjamin Brittens Peter Grimes.

Milcho Borovinov was voor de voorstellingen van Eugene Onegin te zien als Prins Gremin op 23 en 25 april en als Zaretsky op 23, 26, 28 en 31 maart en op 3, 11, 15, 17 en 20 april.