Na studies in dramatische en lyrische kunsten, zong Mireille Capelle verschillende rollen zoals Despina (Cosi fan Tutte), Eva (Meistersinger), Salome, Komponist (Ariane auf Naxos), Charlotte (Werther), Marie (Wozzeck), Kundry (Parsifal), Metella (La Vie Parisienne), Le Nozze di Figaro, La  Cenerentola, Eugene Onegin, Il Trittico, King Priam ... o.l.v. dirigenten zoals Silvio Varviso, Marc Minkowsky, Stefan Soltesz, Elar Howarth, Koen Kessels,  Friedeman Layer, Massimo Zanetti... enz. Ze werkte samen met regissseurs als Robert Carsen, Guy Joosten en Peter Mussbach.
Mireille Capelle heeft zich de laatste jaren meer en meer gespecialiseerd in hedendaagse muziek. Zo trad ze regelmatig op bij  internationale festivals met werken van Donati (Ultima Sera), Cage, Rihm, Crumb (Ancient Voices of Children), Carter (A Mirror on which to dwell), Kurtag (Messages de feu Demoiselle R.V. Troussova), Gorecki (3de Symfonie), K.Huber (La Terre des Hommes), Maxwell Davies (Miss Domnithorens Maggot), Kagel, Scelsi, Berio, Diillon, Pagh-Paan, Essvad (Tifounacine), Fontyn, Nyman, Denisov, enz. Ze creëerde werken zoas Visao van Joao Oliviera (met het Orkest van de Fundaçao Gulbenkian onder leiding van M. Swerczewski), en Non lasciate ogni speranza van L. Brewaeys (leiding A.Tamayo) die later als deel van de integrale opname van de Symfonische werken van Brewaeys op CD is verschenen en bekroond werd met de Caecilia Prijs 1996.   In oktober 1998 zong Mireille Capelle in Donaueschingen de creatie van Sowon ... borira van Younghi Pagh-Paan met het SWR-Sinfonieorkest o.l.v. Jürg Wittenbach. Met hetzelfde orkest, maar met dirigent Michael Gielen, verzorgde ze een andere creatie van een werk van Younghi Pagh-Paan tijdens de Biennale van Berlijn in maart 2001. Hetzelfde jaar creëerde ze in Genève een werk van Bettina Skrzypczak, bracht ze samen met het Belgische Hermes Ensemble gedirigeerd door Koen Kessels een selectie uit Chansons d’Auvergne (Canteloube) en Folksongs (Berio), trad ze o.l.v. Seiji Ozawa bij het Saito Kinen Festival  in Japan op en begon ze met de compositie van het triptiek Architecture Sonore waarvan het eerste deel - Kinesis Akinetos – in 2004 werd gecreëerd in Zaal “Anish Kapoor” in Antwerpen. In 2005 en 2006 werden de twee andere delen – Nephesh en Ruach – opgevoerd tijdens het Festival van de Hedendaagse Muziek in Luik.  In de lente van 2002 maakte ze haar debuut aan het Liceu van Barcelona (Lady Macbeth van Mtsensk). Naast haar optredens aan de Vlaamse Opera (o.a. in Prova d’Orchestra van G.Battistelli, de sprookjesopera Aladdin van Nino Rota, die in Antwerpen en Gent maar ook in Luxemburg opgevoerd werd, Jenufa/Janacek,  Pikovaja Dama/Tchaikovsky en in de wereldcreatie van Luc Van Hove’s La Strada) was ze de laatste seizoenen te horen in Groot-Britannië, Nederland (Amsterdam), Argentinië (Teatro Colon in Buenos Aires met werk van Sciarrino) en in België met o.a. het Vlaams Radio-orkest.
Dit seizoen (2009/2010) maakte Mireille Capele haar opwachting maken in de Koninklijke Muntschouwburg (o.a. in Elektra/Strauss). De volgende jaren zal ze opnieuw haar opwachting in de Munt (Kat’a Kabanova) en bij Opéra Royal de Wallonie (Nozze di Figaro). Mireille Capelle is hoofd van de afdeling zang en docente voor zang en kamermuziek aan de Hogeschool / Conservatorium te Gent.