Robert Carsen over 'La bohème': "Ik hou echt van deze productie"

Opera Ballet Vlaanderen brengt voor de vijfde keer La bohème in de regie van Robert Carsen uit 1993. Ook al ligt de première 28 jaar achter ons, de voorstelling blijft een publiekslieveling. Robert Carsen vertelt over de universele kracht van Puccini’s opera en deelt enkele herinneringen aan zijn tijd in België.

De jonge Canadese regisseur Robert Carsen werd begin jaren negentig door intendant Marc Clémeur uitgenodigd om een volledige Puccini-cyclus bij de toenmalige Vlaamse Opera te maken. Hoewel hij nog nooit in België was geweest en hij weinig ervaring had in de operawereld, werd de cyclus een groot succes. De reeks betekende zijn internationale doorbraak – vooral de bloemenzee op het einde van La bohème, symbool voor de komst van de lente, liet een grote indruk na.

Vandaag behoort Robert Carsen tot een van de meest gevraagde regisseurs in de opera- en muziektheaterwereld. Morgen gaat zijn nieuwste wereldcreatie van Giorgio Battistelli, Julius Caesar, in première in Rome. Maar hij maakte graag tijd om ons even te spreken over La bohème.

 

Puccini’s La bohème is een klassieker die door zowat iedereen geliefd wordt. Wat maakt dit stuk zo bijzonder?

ROBERT CARSEN: Misschien is iedereen verliefd op La bohème omdat het stuk net over liefde gaat. Die liefde gaat gepaard met een zoektocht naar jezelf. Wanneer Mimì en Rodolfo verliefd worden, ontdekken ze wat ze voelen, wie ze zijn, wat ze willen. Ze leren zichzelf kennen via de andere persoon – iedereen die ooit verliefd was, begrijpt dat gevoel. Voor mij echter gaat La bohpème vooral over de jeugd. Puccini heeft de jonge kunstenaars totaal zorgeloos en onschuldig afgeschilderd. Hoewel ze platzak zijn, hebben ze het gevoel dat alles mogelijk is.

Niet alleen jonge mensen herkennen dat, maar ook zij die ooit jong waren. Iedereen begrijpt die jeugdige, artistieke anarchie – we overtreden allemaal wel eens de regeltjes. Daarbovenop focust de muziek van Puccini op emotie en gevoel, niet op reflectie en meditatie. Dat maakt de opera erg spontaan, wat perfect aansluit bij die jeugdige liefde. Het plaatje klopt gewoon...

 

Ook je regie van 1993 wordt door zowat iedereen geliefd. Hoe verklaar je het succes?

CARSEN: Ik weet niet of ik de persoon ben om die vraag te beantwoorden, ik wil zeker geen pluimen op mijn eigen hoed steken. Toen we aan deze productie begonnen, zijn we vertrokken van de concepten waarvan we vonden dat ze de sfeer van La bohème uitmaken: de jeugdigheid, liefde en anarchie waar ik het eerder al over had. We zijn trouw gebleven aan de universele kerngedachte van Puccini’s werk. Daarnaast wilden we er vooral een poëtische productie van maken.

We hebben geprobeerd beelden op scène te brengen die in harmonie zijn met de wereld van Puccini, zonder dat het geheel sentimenteel of naturalistisch wordt. Dat zou van La bohème een zeer zwaar werk kunnen maken. Als er bijvoorbeeld te veel decor is, komt dat in de weg te staan van de rijke en levendige muziek. Dat deze productie nog steeds wordt hernomen, betekent wellicht dat ze erin geslaagd is Puccini’s boodschap over te brengen.

 

De muziek van Puccini focust op emotie en gevoel, niet op reflectie en meditatie. Dat maakt de opera erg spontaan, wat perfect aansluit bij die jeugdige liefde.

 

 

 

We zijn 28 jaar later. Ben je nog steeds tevreden over de productie of zou je La bohème nu anders aanpakken?

CARSEN: Ik maak hoogstwaarschijnlijk nooit meer een nieuwe La bohème, ik hou echt van deze productie. Als ik aanpassingen wil doorvoeren, probeer ik dat meestal te doen bij de eerste herneming. Hoewel de productie ondertussen naar zoveel plaatsen is gereisd, heb ik er sindsdien niet veel meer aan gesleuteld.

Verder prijs ik mezelf gelukkig dat ik Frans Willem de Haas heb om erover te waken dat de geest van de productie bij de hernemingen niet verloren gaat. Hij heeft aandacht voor details en slaagt erin onze interpretatie telkens opnieuw te laten herleven. Assistenten zoals Frans houden La bohème en zo veel andere van mijn producties op hetzelfde hoge niveau als bij de eerste voorstelling.

 

Hoe kijk je terug op je tijd in België, toen je in ons huis de Puccini-cyclus deed?

CARSEN: De hele Puccini-cyclus bij de Vlaamse Opera was bijzonder voor mij. Ik was best jong toen Marc Clémeur me uitnodigde voor dit project. Hij vroeg me direct voor zeven operaproducties, wat ongewoon is. Dat maakte me nerveus, want ik kende het huis niet en ik was nog nooit in Antwerpen geweest. Ik stelde daarom voor te beginnen met drie producties, daarna konden we evalueren hoe we ons erbij voelden. Na de eerste Puccini wist ik meteen dat ik heel gelukkig was in het huis.

Werken in Gent en Antwerpen bij de toenmalige Vlaamse Opera is een van de belangrijkste dingen die ik heb mogen doen. De cyclus was voor mij ook een grote hulp om uit te zoeken wie ik ben als kunstenaar. En dan heb ik het nog niet gehad over het fantastische koor, de technici, de dirigent Silvio Varviso... Het was een geweldige tijd.

 

We waren zoals die jonge artiesten in la bohème: we voelden ons jong, open en vrij om dingen uit te proberen en nieuwe ideeën te ontwikkelen.

 

Je Belgische periode heeft een speciale plaats gekregen in je hart.

CARSEN: Het zijn een voor een goede herinneringen die voor mij niet aanvoelen als deel van het verleden. Die hele periode heeft zich in mij genesteld. Ik ben nu in Rome voor een nieuw avontuur, en veel mensen die rond mij werken waren er ook bij in Gent en Antwerpen. België was toen een ontdekking: de warmte en de humor, de losse sfeer, de verbeeldingskracht. Ik vond Antwerpen een spannende en inspirerende plek. Ik voelde me er thuis.

We waren zoals die jonge artiesten in La bohème: we voelden ons jong, open en vrij om dingen uit te proberen en nieuwe ideeën te ontwikkelen. We voelen ons gesteund in alles wat we deden door het hele huis en het publiek. Alles was aan het groeien en ontwikkelen – het was bijzonder om daar deel van uit te maken.

 

Geïnteresseerd in La bohème?

Bestel hier je ticket(s) >

Bekijk de trailer van La bohème:

Beelden: Felipe Sanguinetti & Annemie Augustijns