Ook Berg lijkt niet te willen dat het publiek zich verliest in een medelijden met slachtoffers op de bühne: hij laat het voordoek steeds sluiten na elke scène.
Die doekendramaturgie is door de componist zelf bedacht en wil ik niet negeren. Ik wil erachter komen wat het doet met de toeschouwer als je telkens opnieuw een scène genadeloos afbreekt door het doek te laten zakken terwijl de muziek blijft doorrazen. Het is verleidelijk om overal beelden op te plakken, maar hier is het goed om het niet te doen. Je vermijdt zo de pathetiek. Tegelijk is zo’n neervallend doek snoeihard voor wat er met Wozzeck gebeurt: als een guillotine hakt het het verdere relaas weg voor de ogen van het publiek. De bladzijde lijkt omgeslagen, maar als het doek opgaat voor de volgende scène, zien we dat Wozzeck nog steeds in een rotvaart naar de afgrond gedreven wordt.
Je sprak al over ondergangsgedachten en waarschuwingen die je leest in het stuk. Waarover gaan die?
We hebben nog steeds niet in de gaten dat we de mensheid niet serieus nemen, en al zeker niet de medemens die minder in staat is om zich te uiten. Met de opera wil ik het publiek een andere, rigoureuze kijk op de wereld geven, en in het bijzonder op de wereld van Wozzeck. Een die vertrekt van respect voor de blik van gemarginaliseerden, voor het anders denken, voor de buitengewone dingen die we niet begrijpen. Want we moeten erkennen dat we hetzelfde lot delen als hij. Ik ben 78 en ik kan ondertussen spreken over een lang leven, maar ik vind de situatie uitzichtlozer dan die ooit is geweest. Wozzeck is een filosofische figuur die ons verplicht hierover na te denken. Hij is net als ik continu op zoek: waarom leven we eigenlijk? Waarom leef ik? Als niets van wat ik zeg ook maar één seconde serieus wordt genomen, is iets dan nog de moeite waard?
De ‘waarom-vraag’ houdt je enorm bezig...
Het is de essentie van het leven en van mijn vak als regisseur. Ik ben nog steeds niet achter het waarom van de dingen. En om het pathetisch te zeggen: het antwoord ligt vermoedelijk in de eeuwigheid. Ik geloof ook dat mijn beste werk nog moet komen. Dat ik, ondanks mijn lange carrière, nog niet klaar ben. Het is een motief om verder te leven en door te gaan, om deze opera te doen en weer een stap verder te komen met Wozzeck.
Op het einde van de opera kiest Berg ervoor om het kind van Wozzeck en Marie met een stokpaard te laten spelen terwijl het ‘hop hop’ zingt. Kan voor zijn generatie het beste nog komen?
Op een bepaald moment in het leven draaien de rollen om en begin je van je kinderen te leren, zo heb ik aan den lijve ondervonden. Dat lijkt ook de eindscène te zeggen: verwonder je, en luister naar de waarschuwingen en waarom-vragen van de volgende generatie. Welke oproep doen ze? Hoe denken zij dat het er met de wereld aan toe gaat? Hoe zouden zij het graag zien evolueren? Laten we erkennen dat de mensheid gedurende vele generaties op de verkeerde paarden heeft gewed. Als ik kijk naar de jonge generatie, zie ik gelukkig heel wat knappe koppen rondlopen die vurig naar verbetering streven. Het geeft hoop dat zij ons wakker kunnen schudden en ons ter discussie kunnen blijven stellen, als we hun daar de speelruimte voor geven.